Sylvia van Zoeren - Deel 1 | Leef Intens

Interview met Sylvia van Zoeren (deel 1)

Sylvia van Zoeren begeleidt al meer dan 15 jaar prikkelgevoelige kinderen. In die 15 jaar heeft ze haar droom gerealiseerd: Het mogelijk maken voor ouders een leuke training te vinden als hulp voor hun prikkelgevoelig kind, zodat ze niet direct in het medische circuit belanden. Sylvia richtte de stichting “Wijze Ouders” op. Ze ontwikkelt trainingen en geeft haar kennis door aan consulenten, die inmiddels door het hele land zijn te vinden. Nu de stichting “Wijze Ouders” opgaat in het platform Sensikids, en met de komst van de korte beroepsopleiding, heeft Sylvia een mijlpaal bereikt. Met de oefeningen uit de boeken “the energyswitch” voor volwassenen en “de zintuigenboom” voor kinderen, biedt ze beide doelgroepen een nieuwe kijk op prikkelverwerking aan.

Wie ben je en wat doe je?

Ik ben Sylvia en ik ben getrouwd met Rob. In ons samengesteld gezin hebben we vier kinderen en vier kleinkinderen. Daar zitten absoluut gevoelige kinderen tussen, in elk geval visueel ruimtelijke kinderen. Ik vind het wel grappig te zien dat er zowel prikkelmijdende kinderen als prikkelzoekende kinderen tussen zitten. In mijn dagelijkse activiteiten werk ik voornamelijk met hooggevoelige volwassenen en kinderen. Ik ben begonnen met het werken met volwassenen, maar er kwamen steeds meer kinderen bij mij. Ik geef trainingen aan coaches en ouders, geef adviezen en hou me ook bezig met het ontwikkelen van nieuwe trainingen.

Hoe kwam je erachter dat je hooggevoelig was?

Ik ben het altijd geweest, volgens mij. Als kind al, maar dat wist ik natuurlijk niet. Dat betekende wel dat ik me als kind heel vaak onveilig heb gevoeld, als het druk was, of met Sinterklaas. Daar snapte ik helemaal niets van. Ik ben er pas achter gekomen toen ik in de psychiatrie werkte. Ik spiegelde daar de medewerkers en patiënten heel veel, waardoor ik me overdag wel eens heel vreemd ging voelen. Als ik dan ‘s avonds terug naar huis fietste, merkte ik aan mezelf dat ik halverwege de terugweg me pas echt weer mezelf begon te voelen. Ik ben daar over gaan nadenken en kwam tot de conclusie dat ik kennelijk gevoeliger was dan andere mensen. Later heb ik een opleiding hypnotherapie gevolgd, ben ik een eigen praktijk begonnen en heb ik mijn eerste workshops gegeven. Ik ben toen als vanzelf de hooggevoelige wereld ingerold.

“Ik spiegelde toen al heel veel, wat me wel eens problemen heeft gegeven. Ik moest altijd op mijn tenen lopen.”

Je kwam er dus pas vrij laat achter dat je gevoelig was ?

Ik wist het pas toen ik er door andere mensen om me heen op werd geattendeerd. Ik ging op zoek naar antwoorden omdat ik me wel eens vreemd voelde. Op zaterdag gaf ik als hypnotherapeute wel eens een workshop “energetische bescherming”. Daar kwamen veel gevoelige mensen op af. Toen werd het opeens glashelder voor me. Er is gewoon een groep mensen die erg gevoelig is. Ik herkende mezelf in deze personen en ben er op die manier ook heel bekend mee geworden.

Zou je jezelf prikkelmijdend of prikkelzoekend willen noemen ?

Ik was prikkelmijdend, maar ook prikkelzoekend. Ik was wel een combinatie-type, denk ik. Ik kon me uren vermaken op een grasveldje, in het zonnetje, in het groen. Ik was meer een dromend kind dan een actief kind. Ik spiegelde toen al heel veel, wat me wel eens problemen heeft gegeven. Ik moest altijd op mijn tenen lopen. Op school ging ik me heel onveilig voelen als ik stil moest zitten en moest luisteren. Ik was ook zeker een beelddenker. Ik heb altijd enorm mijn best moeten doen om mee te kunnen doen, bijvoorbeeld met breuken of de tafels toepassen. Ik snapte er echt niets van, ik dacht dat ik het gewoon niet kon. Als er toen iemand was geweest die me misschien een jaar later had verteld hoe de vork in de steel zat, was ik qua rekenen wellicht een stuk verder gekomen.

De meeste mensen uit onze westerse maatschappij zien gevoeligheid als iets negatiefs. Hoe kijk jij daar tegenaan ?

Dat heeft te maken met het vooroordeel rondom het laten zien van emoties. Toevallig hebben we vanmiddag naar een filmpje gekeken van de “Royal Society for the encouragement of Arts (RSA)” over empathie en sympathie en het verschil daartussen. Ik denk dat veel hooggevoelige mensen heel empatisch zijn en zich dus ook heel kwetsbaar opstellen. Ze durven namelijk te voelen wat anderen voelen.

In onze cultuur is het gebruikelijk dat we sympathie kunnen opbrengen voor mensen. Dat wordt in het filmpje heel mooi getoond. Dan zeg je “ja, ik snap het wel, wat je voelt”, en vervolgens ga je door met wat je aan het doen bent. De hooggevoelige mensen die zeggen “oh, ik snap het en ik kan helemaal voelen wat je voelt dan…”. Dus je bent meteen afgestemd op de ander, je kunt troosten. Eigenlijk leg je een connectie met de ander.

Ik vind dat empathie een heel belangrijk gegeven is voor hooggevoelige personen. Dat is cultuurgebonden, denk ik. Empathie keert momenteel heel sterk terug in de samenleving en dat moet ook. Ouders gaan het meer en meer meegeven aan hun kinderen. Het ligt in de lijn der verwachting bij de ontwikkeling van ons als mens. Als we de wereld willen veranderen, dan is het ook nodig dat je kunt voelen wat de andere mensen voelen. Als jij je goed kunt voorstellen wat de andere mensen voelen en meemaken, dan ben je veel meer bereid iets te veranderen.

“Als we de wereld willen veranderen, dan is het ook nodig dat je kunt voelen wat de andere mensen voelen”

Je hebt veel ervaring in het begeleiden van hooggevoelige mensen. Maar wanneer kreeg je het gevoel: “hier moet ik iets mee doen…” ?

Dat is heel intuïtief gegaan. Ik weet nog goed dat ik mijn praktijk aan het opzetten was. Toen ik me afvroeg waar mijn klanten vandaan kwamen, moest ik terugdenken aan de workshops die ik al gegeven had en welke soort mensen daar naar toe kwamen. Toen dacht ik, het gaat om hooggevoelige mensen. Ik ben me daar in gaan verdiepen. Later pas las ik het boek van Elaine Aron, en dacht ik… “verhip, dit is wat ik aan het doen ben”. Het is nooit een vooropgezet plan geweest.

Tijdens de trainingen die je geeft, geef je aan dat je een droom had. Hoe zag die droom eruit ?

Ik vind het heel naar dat kinderen in de afgelopen tien jaar zo zijn gemedicaliseerd. Dat is de reden dat ik met de stichting “Wijze Ouders” ben begonnen. Ik vond dat er een clustering moest komen van mensen, die begrijpen dat het helemaal niet gaat om medicalisering. Dat je als ouder op zoek kunt gaan naar een alternatieve ondersteuning voor je kind. Ze hoeven in eerste instantie dan niet meteen via de huisarts naar een kinderpsychiater, maar kunnen dan eerst een leuke cursus doen om te kijken of dat al scheelt. Mijn ervaring heeft mij geleerd dat het stellen van een diagnose niet altijd helend werkt. De kinderen zelf kunnen het idee krijgen dat ze toch niets meer hoeven doen, onder het mom “tja, ik heb dyslexie, dus ik kan het niet” of “ik ben beelddenker, dus het lukt me niet”. Dat kan nu ook met hooggevoeligheid gaan gebeuren. Dat vind ik een groot gevaar, dus daar moeten we met zijn allen goed naar blijven kijken. Mijn droom is dat er voor kinderen een plek is waar ze zich veilig voelen en dat iemand tegen hun zegt dat ze oké zijn zoals ze willen zijn.

Vanuit de stichting ben je begonnen met het geven van cursussen voor kinderen. Welke kinderen kwamen daar op af ?

De groepen kinderen die naar me toe kwamen waren in eerste instantie heel gemengd, zowel pubers als kleuters. Op een gegeven moment viel het op dat de overgangen in bepaalde perioden heel groot waren. Bijvoorbeeld van groep 2 naar 3, of als je 9 wordt, of van groep 8 naar de brugklas. Ik heb gemerkt dat vooral gevoelige kinderen deze overgangen heel intens beleven. Ik ben toen begonnen met het inventariseren van wat we al deden met de kinderen en ben me eerst gaan richten op de kinderen tussen de 7 en de 10. De cursus is toen vanzelf ontstaan. Ik ging samen met de kinderen kijken waar ze behoefte aan hadden en wat ze moeilijk vonden. Daar ging ik antwoorden op zoeken. De kinderen hebben de cursus in feite zelf gemaakt. Daarna kwamen de pubers en de kleuters.

Is de pubergroep niet veel lastiger om te begeleiden dan de groep kinderen tussen de 7 en de 10 ?

Het is sowieso lastig voor een puber om de beslissing te nemen om naar ons toe te komen. Pubers denken in het algemeen het liefste op korte termijn. Dus als zij het onnodig vinden, zullen ze op eigen initiatief niet komen. Het ligt een beetje aan het overwicht van de ouders en hoe ze met hun puber kunnen communiceren. Als het dan zover is, volgt er bijna altijd een periode van weerstand bij de puber zelf. Het ligt er dan een beetje aan hoe je jezelf opstelt, want uiteindelijk moet ook een puber aan je wennen en een beetje doorkrijgen waar het naartoe gaat. Het is sowieso een groep die lastiger te begeleiden is, daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen op jonge leeftijd al ondersteund worden met bijvoorbeeld de “ik ben oké cursus”. Alles wat ze in die periode meekrijgen hebben ze in hun rugzak zitten. Als puber zijnde kunnen ze daar aan worden herinnerd, zodat ze zich wat prettiger gaan voelen.

einde deel 1

“Om de wereld te veranderen is het dus belangrijk om te kunnen voelen wat anderen voelen. En dat is een hele mooie gave die ons is meegegeven ! Binnen ons gezin stimuleren wij onze kinderen om deze gave op een positieve manier te gebruiken. Dat heeft veel moois opgeleverd ! In deel 2 praten we verder over een van de belangrijkste dingen binnen een gezin : democratisch opvoeden.

Lees ook Deel 2