Ik voel me alleen | Leef Intens

Ik voel me alleen

Door Roel van Heel | begeleiden

nov 29

Mijn zoon is 7. Zijn gedrag vertelde me dat hij zich boos voelde. Hij pakte het speelgoed van zijn zus af en nam het mee in zijn kamer. Zo ging het al een tijdje. Mijn dochter riep op een gegeven moment dat ze bang voor hem was. En tijdens het avondeten kwam het hoge woord eruit. Hij voelde zich alleen.

“Ik voel me alleen”, riep hij. “Mijn zus vind allerlei dingen leuk, en ik vind niets leuk. Een vriendje van me in de klas is opeens gemeen. Ik heb hem ook gezegd dat ik geen vriendjes meer met hem wil zijn”. Ik dacht een tijdje na. En toen begon het bij me te dagen. Mijn zoon was in het begin van het schooljaar ook druk, wild, duwde en trok aan zijn vriendjes. Maar hij was in de tussentijd veranderd. Op zoek naar zichzelf. Sandra vertelde me dat hij zichzelf veel vergelijkt me een ander klasgenootje. “Ja, hij is altijd snel klaar als we een werkje moeten doen in de klas. Ik doe daar veel langer over!”. Logisch. Ik vertelde hem over de uitdrukking dat het gras aan de andere kant veel groener lijkt dan dat het is. Dat werkt ook zo bij zijn klasgenootje. Het lijkt alsof hij overal goed in is, maar als je heel goed kijkt, zie je dat ook hij foutjes maakt. Dat ook hij dingen heeft waar hij niet zo goed in is. Iedereen mag in zijn eigen tempo werken. Het klasgenootje is misschien wel heel snel klaar met zijn werk, maar maakt wellicht ook veel fouten. Het zegt helemaal niets dat hij zo snel klaar is. Helemaal niets.

Nog steeds boos

In de tussentijd was hij nog steeds boos. Mijn dochter legde nogmaals uit dat ze bang is. “Ik ben heel erg bang omdat jij me pest. Je maakt ook ruzie met mij en maakt mijn dingen kapot. Ik voel met gekwetst en het doet pijn in mijn hart. Je slaat en duwt me dan ook. Je gaat dan naar je kamer, doet de deur de dicht en dan kan ik er niet meer over praten. Als ik klop op de deur mag ik niet eens naar binnen”. Mijn zoon bleef zwijgen.

Ik nam het woord. “Ik weet heel goed wat je doormaakt”, riep ik. Je bent op zoek naar jezelf. Eerder in het schooljaar was je ook druk, wild en soms gemeen. Je bent aan het veranderen. Je hebt het gevoel dat je pas geaccepteerd wordt door anderen als je precies bent zoals zij. Klopt dat ?” Langzaam knikte hij. “Maar, ik vind het juist zo leuk dat jij JIJ bent. Jij bent uniek. Ik vind het juist zo leuk aan jouw dat je zo gevoelig bent. Heel mooi, heel warm, zoals je daar zit met je armpje om mama heen. Veel mensen weten dat niet eens van jou! En toch ben je ook heel stoer. Dat maakt jouw uniek. Je hoeft niet te zijn zoals iedereen is. Je mag gewoon jezelf zijn. Daar hou ik juist zo van!”

Fase

Iedereen hier aan tafel is door die fase geweest waar jij in zit. Je zus is twee jaar ouder en heeft zichzelf nu pas echt gevonden. Zij voelde zich ook alleen twee jaar geleden, en had ook het gevoel dat ze moest zijn zoals alle andere meisjes in de klas. Nu pas weet ze dat ze zichzelf mag zijn en dat dat prima is. Jij kan dat ook. Papa en mama kennen dat gevoel ook heel goed. Wij hebben daar vroeger ook mee geworsteld. Wij kunnen je helpen, maar praat er dan wel met ons over.

Langzaam en aarzelend nam hij het woord. “Ik wordt heel verdrietig als jij bang van me wordt. Dat is helemaal niet de bedoeling! Ik wilde gewoon alleen zijn. Maar ik wil er ook graag voor jou zijn”. Dat was al veel beter. Eindelijk kwam zijn gevoel er uit! “Ik ben verder niet alleen…”, vertelde hij langzaam. “…ik heb jullie toch?”

>