Henk Jan van der Veen : laat ouders en leerkrachten samen kijken naar wat het kind nodig heeft | deel 2

Henk-Jan van der Veen : laat ouders en leerkrachten samen kijken naar wat het kind nodig heeft (deel 2)

Henk-Jan van der Veen vormt al meer dan 18 jaar, samen met zijn vrouw Gerarda, het Landelijk Informatiepunt voor Hoogsensitieve Kinderen (LiHSK). Binnen dit informatiepunt geeft hij ouders en leerkrachten tips en inzichten die hen kunnen helpen om hun kinderen beter te begrijpen zodat ze niet alleen beter gaan presteren in de klas, maar ook thuis lekker in hun vel zitten. In de afgelopen 18 jaar ziet Henk-Jan een verschuiving binnen de gevoeligheid van een kind. Daar waar hij vroeger vooral met het stille, observerende kind in aanraking kwam, zijn er steeds meer kinderen die hoogstimulatief gedrag vertonen. In het eerste deel van dit interview staan we stil bij dit hoogstimulatieve kind en wat hij nodig heeft.

lees ook deel 1

In deel 1 kun je lezen wat Henk-Jan verstaat onder een hoogstimulatief kind en in welke mate zo’n kind tegen onbegrip aan loopt. In deel 2 praten we verder over de problemen op schoolen hoe de leerkracht en de ouder kunnen samenwerken om het kind te bieden wat het nodig heeft.

lees deel 1

Veel mensen uit de maatschappij zien hoogsensitiviteit als iets negatiefs. Wat vind jij daarvan ? Is het een gave of een gebrek ?

Het is absoluut een gave. Het is wel een gave die absoluut wat meer uitleg nodig heeft. We hebben een extraverte maatschappij die zich op uiterlijk, tempo en prestatie richt. Daar kom je als gevoelig persoon wel eens mee in de knel omdat je daar misschien niet meteen op kan anticiperen. Zo kunnen er drempels zijn waarbij jij je als introvert persoon opeens moet gaan profileren. Dat ligt misschien niet in je aard. Ik kan me voorstellen dat dat nog wel eens een knelpunt kan zijn, want in hoeverre mag je in onze maatschappij ook introvert zijn ?

“Als je de problemen van het hoogsensitieve, stille, kind niet op tijd signaleert, kan hij in een negatieve spiraal terecht komen. Erover praten wordt dan moeilijk omdat het kind dan dicht slaat.”

Henk-Jan van der Veen

Welk probleemgedrag zie je vaak terug bij gevoelige kinderen, thuis of op school ?

Bij de hoogsensitieve variant, het stille kind, merk je vaak niet altijd dat het kind problemen heeft. Deze kinderen kiezen vaak voor de rust en denken diep na over wat ze waarnemen. Bij enge of onzekere zaken gaan ze vaak meer piekeren over bepaalde dingen. Als je dat als ouder of leerkracht niet op tijd signaleert, kan het kind in een negatieve spiraal terecht komen. Dit kind past zich keurig aan in de klas, doet overal aan mee. De leerkracht zegt wel eens dat ze wel twintig van deze kinderen in de klas wil hebben. In ogen van de leerkracht is het heerlijk om zo’n kind in de klas te hebben. . Het helpt enorm als je het kind bevestiging geeft door de gevoelens te (h)erkennen en om woorden te geven aan datgene waar hij over nadenkt.

De wat drukkere, hoogstimulatieve variant, is nieuwsgierig en onderzoekend en gaat op zaken af als dit interessant of leuk is. Op momenten dat dit niet kan of mag, kan het kind zich wat nadrukkelijker laten gelden, bijvoorbeeld door weerstand te geven. Ook zoekt dit type kind de discussie op als hij het gevoel krijgt dat hij niet rechtvaardig behandeld wordt. Hij is behalve gevoelig ook vaak slim en wil graag autonoom zijn. In de klas kan hij soms moeite hebben met stilzitten en taken (af)maken, waardoor het wat ongeconcentreerd kan over komen.

Veel leerkrachten geven aan dat ze het moeilijk vinden om in een grote groep van kinderen het gevoelige kind wat meer aandacht te geven. Heb je tips voor deze leerkracht ?

De beste tip die ik kan geven is om eerst te kijken met welk type kind je hebt te maken. Bij de stille variant kun je met het kind praten en zorgen dat het kind zich beter kan uiten en op het gemak voelt in. Help het kind om de onverwachte of spannende momenten een plek te geven. Dit kind heeft heel veel bevestiging nodig. Soms heeft het kind meer uitdaging nodig. Zorg ervoor dat het kind lesmateriaal krijgt wat bij zijn behoefte aansluit.

De meer beweeglijke variant moet je ook leren kennen. Bij hem lukt het niet om na een uur nog even stil te gaan zitten. Laat hem dan een klusje tussendoor doen. Zorg ervoor dat hij goed in zijn hoofd heeft wat je moet doen en leg de taak of opdracht ook stap-voor-stap uit. Zorg voor een goede leerstrategie en een motiverende werkhouding. Ook een eigen, creatieve opdracht kan bijdragen aan extra motivatie. Je kijkt dus naar de behoefte van het kind, maar ook naar wat het kind nodig heeft. Geef het kind duidelijke, respectvolle grenzen en als het even wat minder gaat, voorkom dat je daar niet streng of negatief op reageert. Je kijkt ook naar hoe je het kind emotioneel kan ondersteunen. Het leren begrijpen van zo’n kind stellen ze erg op prijs.

“Het meer beweeglijke kind moet je ook leren kennen. Laat hem een klusje doen als het hem na een uur niet lukt om even stil te gaan zitten. Geef hem een fysieke opdracht.”

Henk-Jan van der Veen

Als het op school even wat minder gaat, wat kunnen ouders dan thuis doen om hun kind te helpen ?

Wat ik belangrijk vind, is dat de ouders het kind leren dat de verwachtingen op school anders zijn dan de verwachtingen thuis. Je kunt het kind uitleggen en voordoen wat het kan doen als het even niet zo lekker gaat tijdens de les. Als het kind moeite heeft om de aandacht op school vast te houden, laat het thuis oefenen door bijvoorbeeld tijdens het eten aan tafel te wachten totdat iedereen het op heeft. Het leert dan spelenderwijs vaardigheden aan, zoals taakgerichtheid en impulsbeheersing. Maak van tevoren goede afspraken met het kind hierover, zodat een kind weet waarvoor hij dit doet.

Op het moment dat het kind thuiskomt van school en je merkt dat het hoofd vol zit met gedachten en gevoelens, is het fijn als je als ouder kan helpen om deze gedachten en gevoelens te helpen ordenen. Hooggevoelige kinderen hebben behoefte aan uitleg en context. Door ze over gebeurtenissen te laten praten, helpt je ze om het in een context te plaatsen. Als een ander kind bijvoorbeeld iets naars heeft gezegd, kun je eerst begrip tonen. Later kun je erop aansturen zodat het kind gaat nadenken of dat andere kind dat ook zo heeft bedoeld. Had het kind de intentie om hem te pesten ? Of was het anders bedoeld, een grapje misschien ? Je kan het kind dan helpen relativeren. Niet elke gedachte is waar. Niet elke gedachte is ook de juiste. Door dat uit te leggen maak je het begripskader van het kind groter. Je hoeft als ouder niet altijd mee te gaan in het drama van het kind.

Is het dan de oplossing dat ouders zich gaan wapenen met kennis over hoogsensitief of hoogstimulatief zijn ?

Dat kan inderdaad helpen, maar het is niet DE oplossing. Je hebt altijd te maken met twee partijen. Een schoolsetting is anders dan een thuissetting. Als ouder is het belangrijk dat je weet dat er op school andere dingen verwacht worden, stil zitten, je werk doen, met andere samenwerken, niet altijd je emoties uiten als het niet lekker gaat, weten hoe je daarmee moet omgaan, maar ook weten dat je op school niet dezelfde dingen kan doen als thuis.

“Je mag als ouder best luisteren naar een leerkracht, ook al ben je het niet altijd met haar eens. In een thuissituatie is het altijd anders dan in een groepsdynamiek met dertig kinderen.”

Henk-Jan van der Veen

Je kan zeggen dat je kind hoogsensitief is en dat de school daar vanzelfsprekend rekening mee moet houden. Soms verwachten ouders dat de leerkracht in hun perspectief hoort mee te gaan. Het is de vraag of dat reëel is. Het is echter veel belangrijker dat je samen met de leerkracht gaat overleggen en dat je zijn standpunten en verwachtingen leert te begrijpen. Besef dat de observatie en feedback van een leerkracht evengoed waar kan zijn en dat dit nuttige informatie geeft hoe je kind in de klas is. Blijf als ouder objectief luisteren naar een leerkracht, ook al ben je het niet altijd met haar eens. In een thuissituatie is het altijd anders dan in een groepsdynamiek met dertig kinderen. Als ouders echt constructiever werken om voor hun kind op te komen volstaat meer een dialoog dan een monoloog. Er is altijd een balans.

Toch kan er wel eens verschil van mening zijn tussen de ouder en de leerkracht. De grootste valkuil die ouders dan maken is dat ze in strijd gaan met school en hun gelijk willen halen. Ik zie dit vaak onnodig escaleren. Bij strijd en onenigheid, heb je drie verliezers. De school, de ouders en het kind. Dan wordt er niet meer naar elkaar geluisterd, maar gestreden. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Het komt uiteraard ook voor dat het kind onterecht in een hoekje wordt geduwd. De kunst is om dit rustig en duidelijk uit te leggen, zonder te stellig te zijn in je standpunt. Als beide partijen dat leren te begrijpen, komt er een dialoog. Hoogsensitiviteit is nog altijd geen vanzelfsprekend gegeven op scholen en niet iedere leerkracht heeft hier altijd een goed beeld bij. Accepteer dit. Bij ouders die ik begeleid geef ik altijd aan dat de school mij kan benaderen voor informatie. Dit heeft als voordeel dat je als ouders er niet alleen voor staat en dat de leerkracht via een neutrale deskundige bruikbare tips krijgt.

Toch kunnen er op school spanningen ontstaan waardoor het kind stress ondervindt. Sommige kinderen gaan dan slaan of bijten. Hoe kun je als ouder dan het beste je kind begeleiden ?

Kijk dan even naar de diepere laag van het kind. Bijten, duwen of slaan is vaak een impulsgedachte. Soms gebeurt dat uit een vorm van frustratie. Het kind zoekt dan een manier om daar uiting aan te geven. Het is nooit de bedoeling van het kind om anderen bewust te kwetsen. Probeer de daadwerkelijke reden van het kind te achterhalen.

Het begint met het leren communiceren met je kind zodat je kan achterhalen wat het werkelijke punt is achter het verhaal. De behoefte achter het gedrag. Van daaruit kun je kijken of de school het als een probleem ervaart en of er een gezamelijk probleem is waar je samen aan kan gaan werken. Als leerkracht kun je ook aan het einde van de dag even vragen wat er aan de hand is, als je gezien hebt dat het kind dit gedrag vertoont. Ga dan samen met het kind kijken wat het nodig heeft.

Kinderen spiegelen ook wel eens het gedrag van de ouders. Confronteer jij ze daar ook mee ?

Met spiegelen moet je altijd een beetje voorzichtig zijn. Ik begin vaak met het uitleggen van hoogstimulatief in het algemeen, waarna ik het koppel aan het zichtbare gedrag van het kind. Ik vertel ouders over executieve vaardigheden en laat ze vertellen waar ze thuis zoal tegen aan lopen. Dit geeft vaak al veel herkenning. Als een kind boos is geworden doordat je als ouder snel uit je slof schiet, maak ik de parallel met het werk van de ouders. Ik maak de vergelijking: stel dat je baas je sommeert om snel iets te doen, terwijl je druk bent met wat anders, hoe voelt dat dan voor jouw? Daarmee spiegel ik indirect hun valkuil en de gevoelens van hun kind en dat accepteren ze goed.

Op het moment dat ouders zelf gehaast zijn en de tijd niet nemen om in de ochtend eerst even rustig met hun kind te eten of met aandacht de schoenen aan te doen, heeft dat ook invloed op het gedrag van hun kind. Soms moet je dan ouders op hun “blinde vlek” wijzen, maar als ouder moet je daar wel iets mee kunnen. Dat kan lastig en confronterend zijn. Ouders voeden hun kind met de beste bedoelingen op. Maar iedere ouder heeft zijn eigen valkuil. Soms moet je spiegelen, maar soms is het ook moeilijk om te achterhalen wat een kind werkelijk nodig heeft en wat jij als ouder NIET aanbiedt wat hij wel nodig heeft.

“Straffen helpt bij deze kinderen niet. Als je dat te streng doet, komt dat erg hard aan. De weerstand komt dan ook extra hard naar boven. Hoe harder jij de rem trekt, op een onverwacht moment, hoe meer het kind in de weerstand gaat.”

Henk-Jan van der Veen

Ik ben zelf niet zo’n voorstander van straffen, zeker niet bij een gevoelig kind. Wat zou jij doen als je een kind wel moet leren om de grens te vinden zodat het niet uit de hand loopt ?

Straffen helpt bij deze kinderen inderdaad niet. Als je dat te streng doet, komt dat erg hard aan. De weerstand komt dan ook extra hard naar boven. Hoe harder jij de rem trekt, op een onverwacht moment, hoe meer het kind in de weerstand gaat.

In huis kun je afspreken dat er omgangsregels zijn. Van tevoren maak je de kaders duidelijk en geef je aan wat je van je kind verwacht. Vervolgens betrek jij je kind daarbij. Je laat zien dat je hem begrijpt en dat je rekening met hem houdt. Dat is niet onderhandelen, maar meer vantevoren duidelijke grenzen en regels afspreken en je kind erin mee nemen. Later kun je terug komen op de gemaakte afspraken.

In ons boek over het hoogstimulatieve kind hebben we een duidelijk stappenplan beschreven. Je kan bijvoorbeeld zeggen: ‘ik merk dat je groente niet opeet, terwijl we dat vorige week duidelijk hadden afgesproken, wat is er? Dat kun je als feit constateren zonder het kind daarbij te veroordelen. Vervolgens kun je jouw verwachting aangeven dat je het belangrijk vindt dat hij zijn eten opeet en dat je hem tegemoet wil komen door naast het eten wat hij niet lust er iets bij te doen wat hij lekker vindt. Je kan aangeven dat je het belangrijk vindt dat hij aardappels leert eten en je kunt daar een afspraak over maken. Daar waar jullie drie aardappels eten, eet jouw kind er een. Dat kan de regel in huis zijn, iets wat je samen afspreekt. Het kind leert dan om over zijn frustratiedrempel te stappen.

Het is ook belangrijk om consequent te zijn. Als je geneigd ben om bij weerstand toch toe te gaan geven , dan is er geen duidelijke grens. Dan zal je kind de grens blijven opzoeken. Help je kind te herinneren wat de gemaakte afspraak zijn en kijk hoe het kind dit oppakt.

Heb je verder nog ambities of iets wat je graag zou willen bereiken ?

Mijn ambitie is om de kwaliteit van het begrip hooggevoeligheid hoog te houden. Ik merk dat de term de laatste tijd vervlakt en algemener geïnterpreteerd wordt. Ouders en leerkrachten zeggen vaak dat er steeds meer hooggevoelige kinderen komen en letten daarbij op het uiterlijke gedrag. Ik zie veel kinderen met druk gedrag , maar die zijn niet allemaal hooggevoelig. Druk gedrag kan – zoals ik in deel 1 al zei – veel meer oorzaken hebben. Kennis blijft nodig om te weten wat hooggevoeligheid is. Het gaat niet alleen om de uiterlijke kenmerken. Voor mij is het belangrijk om in die situatie ook goed te kijken of de basiseigenschappen aanwezig zijn, bijvoorbeeld intelligent, zeer empatisch, veel opmerken en diep nadenken. Binnenkort verschijnt er een artikel ( in Gifted van 248-media) waarin we met een kritische blik kijken naar de huidige ontwikkelingen rondom hooggevoeligheid. Ik vind het een uitdaging om ouders, leerkrachten en collegacoaches scherp te houden en om onze boodschap uit te dragen. We zien ons wat dat betreft nog steeds als pionier op het gebied van hooggevoeligheid bij kinderen.

Masterclass !

Binnenkort geeft Henk-Jan ook een masterclass over dit onderwerp ! Jij kan dan je eigen vragen aan Henk-Jan stellen. Reserveer alvast je plek door op de onderstaande knop te klikken.

ja, reserveer mijn plek !

Meld je aan !
Meld je nu aan en mis geen waardevolle tips uit onze praktijk die niet alleen jou maar je hele gezin meer rust en harmonie kunnen brengen !

>